‘Nog twee weken. Dat is kort. 14 september!’
Ik praat tegen mijn spiegelbeeld.
Ik zit voor de grote antieke spiegel die ik net heb verplaatst. Direct na thuiskomst heb ik de spiegel van boven naar beneden verhuisd. Ik zette hem op mijn bureau, schuin tegen de achterwand. Ik zie mezelf, zittend op de relaxstoel. “Bejaardenstoel,” zo noemde ik hem vroeger. De stoel stond al jaren in een hoek te wachten, de stoel die van mijn vader was. Die is er niet meer, mijn vader.
‘Jij hoeft niet meer te wachten,’ zeg ik tegen de stoel.
Ik doe het al jaren, hardop praten, discussies aangaan, met honden en katten, die mij begrijpend aankijken, nu ook praat ik tegen dingen. Maar de stoel antwoordt niet.
‘Het maakt ook allemaal niet meer uit,’ verolg ik, de stoel kraakt een beetje, maar verder geen reactie. ‘Twee weken, dat is kut.’
Ik denk, kort, maar mijn mond zegt: ‘kut.’
‘Ik ga het niemand vertellen,’ zeg ik tegen mijn spiegelbeeld. ‘Niemand, maar ik moet nog wel wat doen. Moet dat? Eigenlijk moet ik niks meer. Klaar is klaar. Over twee weken ben ik weg. Weg?’
Mijn dagboek, denk ik dan, dat gaat niemand iets aan, wat er in staat bedoel ik. Wat moet ik ermee?
Ik som op : ‘versnipperen? verbranden? door het toilet spoelen? Begraven? Wie weet wat de vinders ervan denken. Of: gewoon laten liggen, ze zullen alles wel met rode koontjes lezen. Ik kan hun woede al voelen.
Ik kijk mijn spiegelbeeld in de ogen ‘Wil ik dat?
Nee,’ zeg ik dan. ‘Daar heb ik niets aan. Ik zie dat toch niet meer.
Twee weken …’
Ik sta op en loop naar de goed gevulde wijnkelder.
‘Zal ik een feestje geven?’ Ik loop tussen de restanten van een luxe leven en praat tegen de Italiaanse, Chileense en Franse wijnen. Overblijfelen van mijn vader.
Nog twee weken.
In de bibliotheek, een groot woord voor het achterkamertje dat gevuld is met boeken.
‘Welk boek wil ik nog lezen, jongens?’
Ze zwijgen.
Ik laat mijn ogen langs de titels gaan. Mijn blik blijft rusten op een dik boek, harde kaft, als ik het boek uit de kast haal, zie ik de beduimelde binnenbladeren.
“De sprookjes van Grimm,” mijn allereerste eigen boek.Twee weken, dat moet lukken.
Er valt tegelijk een klein boekje uit de kast. Ik moet lachen.
Dat boekje pak ik mee, dat is voor de laatste dag.
Twee weken.
Ik open een van de flessen die ik uit de kelder meenam, de tweede zet ik dicht op het bureau met het kleine boekje ernaast.
Ik ga zitten en kijk naar de dichte fles.
'We maken hem open bij een bijzondere gelegenheid' zei hij. Een week later ontmoette hij een bijzonder meisje en ik bleef alleen.
We kochten de fles op Sicilie. Een Pietradolce Vigna Barbagalli Rosso. Het zal een bijzondere gelegenheid zijn. Het boek ernaast is net als het leven een grote grap, fake. Parola di Giobbe een parodie op het woord van God.
Twee weken.
Hier krijgen we zicht op wat iemand denkt als ze (hij?) zijn sterfdatum kent, zonder dat we te weten komen waar de datum vandaan komt. Daar hebben we het raden naar. De herhaling van de twee weken werkt goed, je voelt de radeloosheid van de ik-persoon. 'Parola di Giobbe' heb ik moeten opzoeken. I...
Nog vergeten: in de titel spel je 'shock' :-)
ja, schandalig, maar zal de hitte zijn. Ik heb naar het woordje chock zitten staren. Er klopt iets niet, dacht ik maar ik kwam er niet achter wat.
Dat is niet erg hoor :D
ja ik moest meer dingen aanpassen. Ik had in eerste instantie bijna 40 woorden teveel en dan is het lastig.